
17 mrt Wat zit er achter het gedrag van een kind?
Wat zit er achter het gedrag van een kind?

Liever luisteren?
Achter het gedrag van een kind zit altijd meer dan je ziet. Gedrag is een signaal van onderliggende emoties, overtuigingen en ervaringen. Door achter gedrag te kijken in plaats van het te corrigeren, begrijp je beter wat een kind nodig heeft en kun je duurzamer helpen. De inzichten in dit artikel zijn gebaseerd op jarenlange praktijkervaring in het begeleiden van kinderen en professionals.

Liever luisteren?
Luister hier de podcast
Waarom reageren we zo snel op zichtbaar gedrag?
In de praktijk reageren we vaak automatisch op wat we zien. Een kind dat niet luistert, dat zich afsluit, boos wordt of ‘ongeïnteresseerd’ lijkt, roept direct iets op. Irritatie, onmacht of de behoefte om in te grijpen. Dat is menselijk. Gedrag is immers concreet en zichtbaar. Maar juist omdat het zo zichtbaar is, vergeten we soms dat gedrag slechts het topje van de ijsberg is. Wanneer interventies zich uitsluitend richten op gedrag, zoals corrigeren, belonen of straffen, verandert er vaak weinig op de lange termijn. Het gedrag kan weliswaar tijdelijk afnemen, maar keert terug zodra de omstandigheden veranderen. Dat is geen onwil van het kind, maar een logisch gevolg van het feit dat de onderliggende oorzaak niet is aangepakt.
De ijsberg: gedrag als topje van wat er speelt
Een helpende metafoor om gedrag te begrijpen, is (zoals hierboven al kort benoemd) die van de ijsberg. Wat je ziet (het gedrag) bevindt zich boven de waterlijn. Denk aan boosheid, terugtrekgedrag, vermijden, clownesk gedrag of ‘niet gemotiveerd’ lijken. Onder de waterlijn bevindt zich een veel groter gedeelte: emoties, overtuigingen, ervaringen, faal- en succesmomenten, de thuissituatie en wat een kind over zichzelf is gaan geloven. Echt contact ontstaat dan ook niet bij de top van de ijsberg, maar onder water. Pas wanneer je daar nieuwsgierig naar wordt, ontstaat er ruimte voor begrip en verandering.
Gedrag begrijpen met de neurologische niveaus
Om achter gedrag te kijken, kan het helpen om te werken met de zogenoemde neurologische niveaus. Dit model biedt een set vragen waarmee je gedrag kunt uitpellen in verschillende lagen.
De zes niveaus zijn:
- Omgeving: waar en met wie gebeurt het?
- Gedrag: wat doet het kind?
- Vaardigheden: hoe doet het kind dit?
- Waarden en overtuigingen: waarom doet het kind dit?
- Identiteit: wie voelt het kind zich dan?
- Missie of doel: waartoe dient dit gedrag? Wat is het uiteindelijke doel?
Gedrag is slechts één laag in een groter geheel. De wetmatigheid van dit model is; als er een verandering plaats vindt op één van de lagen, dan veranderen de lagen eronder altijd mee. Hoe dit werkt? We nemen je mee in een voorbeeld uit de praktijk.
Een praktijkvoorbeeld: faalangst ontrafeld
Als praktijkvoorbeeld een kind met faalangst, dat met toetsen dichtklapt en blokkeert. Op gedragsniveau zie je een kind dat stopt. Op vaardigheidsniveau zie je vermijden. Maar zodra je doorvraagt, wordt zichtbaar wat eronder ligt. Het kind denkt: “Ik kan dit niet”. Die overtuiging maakt dat het zich klein voelt en dat stoppen de veiligste optie lijkt. Maar wanneer je vervolgens onderzoekt wie het kind zou zijn als het wél zou geloven dat leren mogelijk is, ontstaat er een totaal ander beeld. Hetzelfde kind kan zichzelf dan zien als iemand die durft, iemand die probeert en die nieuwsgierig is. Vanuit die identiteit veranderen de lagen eronder (gedrag, vaardigheden en omgeving) vanzelf mee.
Waarom duurzame verandering niet op gedragsniveau begint
Veel interventies blijven hangen op het niveau van gedrag en vaardigheden. Denk aan weerbaarheidstrainingen of sociale vaardigheidsoefeningen. Voor sommige kinderen helpt dit (tijdelijk), maar meestal blijft de kern onaangeraakt. Zolang overtuigingen en identiteit niet veranderen, blijft gedrag kwetsbaar. Maar wanneer een kind diep van binnen gaat geloven: “Ik ben oké zoals ik ben” of “Ik mag leren en fouten maken”, ontstaat er iets fundamenteels. Gedrag wordt dan een logisch gevolg van wat er innerlijk is veranderd.
Gedrag is niet wie een kind is
Een belangrijke nuance in het werken met gedrag is het onderscheid tussen doen en zijn. Kinderen zeggen vaak: “Ik ben druk”, “Ik ben lastig” of “Ik ben niet slim”. (En ook als volwassene kan dit een aandachtspunt zijn. We zeggen allemaal wel eens zoiets als “je bent vervelend”). Maar gedrag zegt iets over wat een kind doet, niet over wie het is. Door gedrag los te koppelen van identiteit, ontstaat mildheid. Voor het kind én voor de volwassene. Die verschuiving alleen al kan enorm bevrijdend werken. Gedrag wordt iets wat onderzocht mag worden, in plaats van wat bestreden moet worden.
Tot slot
Gedrag vertelt altijd een verhaal. Wie bereid is dat verhaal te horen, hoeft minder te corrigeren en meer te begeleiden. Door voorbij het zichtbare gedrag te kijken en aandacht te hebben voor wat eronder ligt, de bovenste lagen van dit model, help je kinderen zich niet alleen anders te gedragen, maar ook anders naar zichzelf te kijken. En dat maakt het verschil op de lange termijn.

Over Goudeerlijk
Goudeerlijk is gespecialiseerd in opleidingen en trainingen voor professionals die werken met kinderen. Met ervaring uit de begeleiding van meer dan 10.000 kinderen combineert Goudeerlijk wetenschappelijke kennis met praktijkervaring, altijd met aandacht voor het hele systeem rondom het kind. Theorie en praktijk zijn daarbij onlosmakelijk met elkaar verbonden: alles wat wordt gedeeld is gebaseerd op ruim twintig jaar werken met kinderen, ouders en professionals in de dagelijkse praktijk.
Onze andere blogs
Meer lezen en luisteren?
Ontdek onze andere gratis blogs met podcasts over emoties, zelfvertrouwen, gedrag, complimenten en meer!