
17 mrt Hoe werkt het kinderbrein? Dit verklaart het gedrag van je kind
Hoe werkt het kinderbrein? Dit verklaart het gedrag van je kind

Liever luisteren?
Het kinderbrein is nog volop in ontwikkeling. Vaardigheden zoals plannen, impulsen remmen en emoties reguleren rijpen pas tot ver in de jongvolwassen leeftijd. Daardoor is gedrag van kinderen vaak geen onwil, maar een teken dat hun brein iets nog niet kan. Wie begrijpt hoe het kinderbrein werkt, kijkt milder, realistischer én effectiever naar gedrag. In dit artikel lees je wat er in het brein van kinderen gebeurt, waarom sommige leeftijden uitdagend kunnen zijn en wat je als ouder of professional wél en niet kunt verwachten van een kind.

Liever luisteren?
Luister hier de podcast
Het kinderbrein is nog ‘under construction’
Veel volwassenen herkennen het wel: een kind dat boos of verdrietig is, lijkt ineens niet meer te luisteren. Hoeveel je ook uitlegt of redeneert, het komt gewoon niet binnen. Dat is geen koppigheid, maar biologie. Het brein van een kind is letterlijk nog in aanbouw. Vaardigheden zoals vooruit denken, reflecteren of jezelf beheersen ontwikkelen zich stap voor stap en zijn pas rond het vijfentwintigste levensjaar volledig uitgerijpt. Dat betekent dat veel gedrag dat wij als “lastig” ervaren, eigenlijk heel logisch is. Een kind dat (nog) niet vooruit kan plannen, snel ontploft of moeite heeft om zichzelf in een ander te verplaatsen, doet dat meestal niet expres. Het brein kan het op dat moment simpelweg nog niet anders.
Gedrag begrijpen aan de hand van het voelbrein en het denkbrein
Om het gedrag van een kind beter te begrijpen, helpt het om het brein grofweg te verdelen in twee onderdelen: het voelbrein en het denkbrein.
Het voelbrein is bij de geboorte al volop actief. Dit deel van het brein registreert sfeer, veiligheid en emoties. Baby’s en jonge kinderen leven daardoor vooral vanuit gevoel. Ze nemen spanning of (on)rust direct over van de volwassenen om hen heen. Dat vermogen blijft hun hele leven aanwezig. Ook oudere kinderen voelen haarfijn aan of het ergens ‘goed’ voelt of juist niet.
Het denkbrein ontwikkelt zich langzamer. Hier zitten vaardigheden zoals taal, logisch denken, plannen, keuzes maken en reflecteren. Dit systeem helpt kinderen om hun gedrag te sturen, maar het moet zich nog jaren vormen. Hierdoor zie je regelmatig een mismatch: een kind voelt al heel veel, maar kan dat nog niet goed begrijpen, onder woorden brengen of reguleren. Dat verklaart waarom bij jonge kinderen emoties soms zo groot en overweldigend kunnen zijn.
Het denkbrein verder uitgelegd
Om gedrag nog beter te kunnen verklaren duiken we dieper in het denkbrein. Binnen het denkbrein kun je grofweg drie functies onderscheiden.
- Het linkerbrein helpt kinderen om logisch en stap voor stap te denken. Het ondersteunt taal, structuur en praktische taken zoals huiswerk maken of lijstjes afwerken. Sommige kinderen leunen hier sterk op en blijven vooral ‘in hun hoofd’, waardoor voelen en kiezen lastiger wordt.
- Het rechterbrein werkt meer in beelden, creativiteit en verbeelding. Hier ontstaan fantasie, verhalen en originele oplossingen. Kinderen met een sterk ontwikkeld rechterbrein bruisen vaak van de ideeën, maar vinden het soms lastig om hun plannen daadwerkelijk uit te voeren of af te ronden.
- Dan is er nog de prefrontale cortex: het gebied dat zorgt voor overzicht en zelfreflectie. Je kunt dit deel van het brein ook wel zien als de regisseur van het brein. Dit deel helpt kinderen om stil te staan bij hun gedrag en vooruit te denken. Tegelijkertijd is dit precies het deel dat bij kinderen nog het minst ontwikkeld is. Bij stress of heftige emoties schakelt het zelfs tijdelijk uit, waardoor praten of corrigeren op zo’n moment weinig zin heeft. Er is eerst rust nodig; daarna kan er pas gepraat of geleerd worden.
Wat kun je van een kind verwachten op basis van het brein?
Kennis van het brein helpt om je verwachtingen aan te passen. Zo kan je van een peuter nog geen zelfregulatie verwachten, van een zevenjarige nog geen volwassen inlevingsvermogen en van een puber nog geen perfecte planning of consequent gedrag. Door beter te kijken naar wat past bij de ontwikkelingsfase, voorkom je onnodige strijd. In plaats van denken: “Waarom doet hij zo moeilijk?”, kun je jezelf afvragen: “Wat kan zijn brein nu eigenlijk al?”. Dat perspectief maakt ruimte voor begeleiding in plaats van correctie.
Scharnierleeftijden: momenten van extra ontwikkeling
Scharnierleeftijden zijn cruciale momenten in de ontwikkeling van een kind waarop fundamentele veranderingen in groei of levensfase plaatsvinden. Hoewel het brein zich continu ontwikkelt, zijn er bepaalde leeftijden waarop er extra veel gebeurt.
Rond 7 jaar
In de eerste levensjaren groeit het brein razendsnel. Rond zeven jaar vindt er een grote “reorganisatie” plaats. Het brein wordt rijper. Kinderen kunnen beter logisch denken, leren lezen en rekenen en zich meer verplaatsen in anderen.
Tegelijkertijd kan deze fase ook gepaard gaan met:
- meer gevoeligheid
- wiebelig gedrag / onrust
- emotionele pieken
- onzekerheid
Het systeem is als het ware aan het ‘verbouwen’.
Rond 14 jaar
Rond de puberteit, ongeveer tussen dertien en veertien jaar, volgt er opnieuw zo’n piek. Hormonen gieren door het lijf en de prefrontale cortex is volop in ontwikkeling, waardoor plannen, overzien en impulscontrole tijdelijk moeilijker worden. Dat verklaart waarom pubers soms grillig, impulsief of onvoorspelbaar reageren. Het hoort bij de ontwikkeling, hoe ingewikkeld dat soms ook voelt.
Gevolg:
- plannen lukt minder goed
- impulsiviteit neemt toe
- emoties voelen groter
- reflecteren is lastig
Van pubers verwachten dat ze altijd overzicht en zelfcontrole hebben, is dus simpelweg niet realistisch. Ze zijn het nog aan het leren.
Wat helpt in de praktijk?
Kinderen hebben volwassenen nodig die hun brein als het ware ‘voorleven’.
- Door rust, duidelijkheid en voorspelbaarheid te bieden, help je hen reguleren.
- Door vragen te stellen in plaats van oplossingen te geven, stimuleer je het denkbrein.
- En door achteraf samen te reflecteren, train je de prefrontale cortex. Kleine vragen kunnen al veel doen: Wat heb je geleerd? Wat werkte voor jou? Wat wil je de volgende keer anders proberen? Zulke vragen openen nieuwe denkpaadjes (nieuwe verbindingen in het brein) en helpen kinderen om steeds meer zelf regie te nemen.
Het kinderbrein is geen kleinere versie van een volwassen brein, maar een brein in ontwikkeling. Gedrag dat lastig lijkt, is vaak simpelweg een teken dat bepaalde vaardigheden nog moeten groeien. Door te begrijpen wat er neurologisch speelt, kun je milder kijken, realistischer verwachten en gerichter begeleiden. Want hoe beter je het brein begrijpt, hoe beter je een kind kunt helpen.

Over Goudeerlijk
Goudeerlijk is gespecialiseerd in opleidingen en trainingen voor professionals die werken met kinderen. Met ervaring uit de begeleiding van meer dan 10.000 kinderen combineert Goudeerlijk wetenschappelijke kennis met praktijkervaring, altijd met aandacht voor het hele systeem rondom het kind. Theorie en praktijk zijn daarbij onlosmakelijk met elkaar verbonden: alles wat wordt gedeeld is gebaseerd op ruim twintig jaar werken met kinderen, ouders en professionals in de dagelijkse praktijk.
Onze andere blogs
Meer lezen en luisteren?
Ontdek onze andere gratis blogs met podcasts over emoties, zelfvertrouwen, gedrag, complimenten en meer!